BRIEVEN AAN ETTY HILLESUM
Lieve Etty,
Midden in de nacht schrik ik wakker. Waarvan? Geen idee. Half versuft van de slaap kijk ik op de wekker, het is half drie. Nu ik toch wakker ben besluit ik meteen even mijn blaas te legen. Ik stap uit bed en loop naar de badkamer. Op de deur hangt een aanplakbiljet met kleurige ballonnen en ‘Hiep hiep hoera’! Tot mijn slaapdronken brein dringt langzaam door dat ik vandaag jarig ben. Mijn lief, op de hoogte van mijn nachtelijke pitstops, weet mij op dit vroege uur al op ludieke wijze te verrassen. Met een blij gevoel kruip ik weer onder mijn dekbed en slaap verder.
Rond zeven uur schrik ik wederom wakker, ditmaal van een ratelende wekker. Mijn lief trekt mij zacht tegen zich aan, zoent de laatste restjes slaap uit mijn ogen en feliciteert mij met mijn geboortedag. Beneden gekomen zie ik dat de kamer is versierd met slingers. Op de tafel staan mijn lievelingsbloemen, prachtige paarse tulpen. Een pakje en een kaart met een zelfgemaakt gedicht liggen naast mijn kom met havermout. Al tijdens het ontbijt hoor ik mijn mobiel herhaaldelijk piepen. De eerste sms-jes komen binnen. Welgemeende gelukwensen van beide schoondochters en een berichtje van mijn fietsmaatje: “Meissie van harte! Het voorjaar is in aantocht. De racefietsen kunnen uit de mottenballen…. Zaterdagochtend tien uur op de pedalen?”
Ik heb net de ontbijtboel opgeruimd of daar gaat de telefoon. Een dierbare vriend aan de lijn. Hij brengt zijn felicitaties over en we praten gezellig bij. We zien elkaar nog maar sporadisch, maar we bellen en appen met grote regelmaat. En zit een van beiden in de prut dan zijn we er voor elkaar.
Fluitend ren ik de trappen op naar mijn studeerkamer. Ik start mijn pc op en open de mailbox. Plop, als een duveltje uit een doosje verschijnt een virtuele bos rode rozen op het beeldscherm. Een E-card, afkomstig van een oude vlam. Wat leuk, hij is mij duidelijk nog niet vergeten. Zo gaat het de hele dag door. De oudste zoon belt mij vanuit het buitenland, de jongste brengt een heuse serenade en de post bezorgt een veld uitbundig bloeiende voorjaarsbloemen, vastgelegd op de gevoelige plaat door mijn zwager, een begenadigd fotograaf.
Etty, voor het slapen gaan lees ik nog een stukje in jouw dagboek. Als ik het boek heb dichtgeslagen en mij lekker in de kussens heb genesteld, laat ik alle indrukken van deze dag nog even de revue passeren. Al die lieve familieleden en vrienden die, ieder op hun eigen wijze, aandacht en genegenheid aan mij hebben gegeven. Het ontroert me en gevoelens van blijdschap en dankbaarheid wellen omhoog. Wat voel ik mij rijk met zoveel lieve mensen om mij heen. Etty, toeval of niet, zojuist las ik dat jij door je geliefde eveneens verblijd werd met paarse tulpen op je verjaardag!
Nog wat namijmerend gaat het lied ‘Ubi caritas et amor, ubi caritas Deus ibi est’ door mijn hoofd: “Daar waar vriendschap is en liefde, daar waar vriendschap is, daar is God”. Ja, zo heb ik dat gevoeld lieve Etty. God heeft zich vandaag in vele gedaanten aan mij laten zien. Ik geloof stellig dat in ieder mens een stukje van Hem zit. Zoals alle steden en dorpen samen één land vormen, zo vormen wij mensen, mét die goddelijke kern in ons, één lichaam. Het lichaam van God. We kunnen niet afzonderlijk van elkaar functioneren, we hebben elkaar nodig. In vreugdevolle en verdrietige momenten kunnen we iets voor elkaar betekenen. Gewoon, door wat liefde en aandacht aan elkaar te geven. Meer is er niet nodig om deze wereld een beetje mooier te maken.
Foto: met dank aan Cees Schneiders

wat mooi Ria! en van harte! en dan dat toeval van die paarse tulpen… geniet nog even door 🙂
LikeLike
Lieve Andre, hartelijk dank voor je felicitaties (ik was de 25e februari jarig) en je compliment! Een mooie stimulans om door te gaan met schrijven.
XXX
LikeLike