OVER VERZOENING

Een wandeling met Socrates langs de IJssel

Onverstoorbaar stroomt de IJssel door haar bedding, onaangedaan door alles wat zich langs haar oevers afspeelt. Wat er ook gebeurt, zij blijft stromen. Was een mensenhart maar zo eenvoudig, denk ik bij mezelf. Ongemerkt dwalen mijn gedachten af naar het gesprek dat ik de vorige keer met Socrates had. Wanneer is een conflict werkelijk voorbij? Is dat wanneer je niet boos meer bent? Wanneer je hebt vergeven? Of pas wanneer er verzoening is?

De filosoof die met langzame passen naast mij loopt, haalt mij uit mijn overpeinzingen. Hij stelt voor om even uit te rusten. Als we op een bankje aan de oever zitten, zegt hij: “Vertel eens, heb je al vergeven?”
“Ja”, antwoord ik. “Tenminste… de boosheid is verdwenen. Maar de pijn is er nog.”
Mijn wandelmaatje kijkt mij aandachtig aan. “Dus je dacht dat vergeving de pijn meteen zou wegnemen?”
“Eigenlijk wel”, zeg ik. “Maar als ik er nog eens goed over nadenk, werkt het blijkbaar niet zo. Mijn hoofd spreekt een andere taal dan mijn hart. En ook al bedoelen zij uiteindelijk hetzelfde, ze verstaan elkaar niet altijd meteen.”

“Vergeven heeft tijd nodig”, zegt de oude wijsgeer zacht. “Zou het geen vorm van mildheid zijn om jezelf die tijd te gunnen? Je hoofd zoekt verklaringen, maar je hart zoekt vertrouwen. En vertrouwen laat zich niet bevelen.”
Dan zwijgt hij even en tuurt naar de horizon. “We spreken vaak over vergeving alsof daarmee alles gezegd is. Maar misschien begint daarna pas de moeilijkste vraag: wat is verzoening eigenlijk?”

Ik denk even na. “Misschien is verzoening dat je weer verder kunt met elkaar?”, zeg ik aarzelend.
“Is dat genoeg?”, vraagt de oude man.
“Nee… ik denk het niet. Je kunt naast elkaar leven zonder verzoend te zijn. Je kunt zelfs vriendelijk tegen elkaar doen, terwijl er onder de oppervlakte iets onuitgesproken blijft.”
“Vergeving kun je alleen zelf schenken”, merkt de wijsgeer op. “Het is jouw keuze. Daar heb je de ander niet voor nodig. Verzoening is iets anders. Het vraagt van beide mensen de bereidheid om elkaar weer werkelijk te ontmoeten.”

“Dus verzoening is wederkerig?”
“Ja”, antwoordt Socrates. “Zij ontstaat wanneer beiden bereid zijn onder ogen te zien wat is gebeurd. Niet om schuld af te wegen, maar om elkaar weer onbevooroordeeld tegemoet te kunnen treden.”
“Maar betekent verzoening dan ook dat alles weer wordt zoals vroeger?”
“Nee”, antwoordt de filosoof peinzend. Sommige breuken blijven zichtbaar. Verzoening wist het verleden niet uit. Zij verandert wel de manier waarop je ermee leeft. Verzoening vraagt dat beiden durven erkennen en aanvaarden wat er is gebeurd. Pas wanneer het gebeurde erkend mag worden, kan iets nieuws ontstaan.”

We staan op van het bankje en vervolgen onze wandeling langs het vertrouwde pad. Kieviten scheren over het water en laten zich dragen door de wind. Een ogenblik lang lijkt alles moeiteloos zijn eigen weg te vinden.
“Verzoening betekent niet dat de één wint en de ander verliest”, vervolgt Socrates. “Beiden laten iets los. Hun trots, hun behoefte om de ander te overtuigen of te veranderen. Alleen dan ontstaat ruimte voor verzoening. Voor vrede.”

Ik denk aan de gebeurtenis in de kloosterkerk, waarover ik in mijn vorige blog ‘Over vergeving’ (19 juli 2026) heb geschreven. Wat een mens kan raken, laat zich niet zomaar ongedaan maken. Of het uiteindelijk tot verzoening zal komen, weet ik niet. Misschien begint verzoening juist met de bereidheid om elkaar opnieuw te ontmoeten, zonder te weten waar die ontmoeting toe zal leiden.

Socrates kijkt mij ernstig aan. “Verzoening kun je niet alléén tot stand brengen. Je kunt wel zelf de eerste stap zetten, maar wat er daarna gebeurt, ligt niet volledig in jouw handen.”
Ik knik langzaam. Dat lijkt mij niet eenvoudig: ruimte maken voor iets waarvan je de uitkomst niet kent. Verdriet welt op in mijn binnenste om wat een geliefd mens is overkomen. Ik heb even tijd nodig om de woorden van de filosoof te laten bezinken.

Dan zeg ik zacht: “Soof, misschien is het moeilijkste aspect van verzoening niet alleen de toenadering tot elkaar, maar ook het loslaten van dat wat gebeurd is.”
Liefdevol legt de oude wijsgeer zijn arm om mijn schouders. In stille verwondering kijken we naar de rivier die onverstoorbaar verder stroomt.

“Ja”, denk ik. “Misschien betekent verzoening niet dat alles weer wordt zoals het ooit was, maar dat je, zoals de rivier, leert verder te stromen met wat is.”

OVER VERGEVING

Een wandeling met Socrates langs de IJssel



Soms gebeurt er iets in je leven dat je diep vanbinnen raakt. Een gebeurtenis die zich vastzet in je gedachten. Zo’n ervaring had ik laatst in een kloosterkerk waar ik al veertig jaar kom. Een plek waar je Gods liefde, barmhartigheid en vergeving zou verwachten. De aanleiding was een pijnlijke ervaring rond iemand die mij dierbaar is. Een situatie waarin geen ruimte leek te zijn voor een nieuwe kans, ondanks de bereidheid om naar het verleden te kijken en opnieuw te beginnen.

Ik bleef achter met een vraag die mij niet meer losliet: hoe kan het dat juist op een plek waar mensen worden uitgenodigd te leven naar de woorden van de Eeuwige, daarvan zo weinig zichtbaar was? Deze vraag bracht mij niet alleen bij het handelen van de ander, maar ook bij mijzelf. En met name bij de vraag wat vergeving eigenlijk betekent.

Mijn maatje Socrates, met wie ik regelmatig langs de IJssel wandel, loopt stilzwijgend naast mij. Ondanks het frisse weer is hij gekleed in zijn traditionele himation. Inmiddels kent hij mij zo goed dat hij feilloos aanvoelt dat ik ergens mee worstel. Geduldig wacht hij af tot ik iets wil zeggen.
Aarzelend steek ik van wal: “Soof, lange tijd heb ik gedacht dat vergeving zoiets betekent als tegen de ander zeggen: ik ben niet meer boos op jou. Wat je mij hebt aangedaan neem ik je niet meer kwalijk. Zand erover en laten we weer goede vrienden zijn. Maar daar ben ik anders over gaan denken.”

De oude wijsgeer kijkt mij bedachtzaam aan en vraagt: “Laat eens horen hoe je daar nu over denkt.”
“Vergeving betekent niet dat het onrecht wordt uitgewist. En het betekent ook niet dat je moet doen alsof er niets is gebeurd, dat je de ander weer moet vertrouwen en opnieuw toe moet laten in je leven. Voor mij is vergeving de keuze om mijn leven niet langer te laten beheersen door wat mij is aangedaan.”

Socrates kijkt mij glimlachend aan. “Dat klinkt wijs”, zegt hij. “Maar als vergeving een keuze is om je leven niet langer te laten beheersen door het onrecht, betekent dat dan dat de boosheid verdwenen is?”
“Nee, Soof, soms is zij er nog.”
De filosoof denkt even na. “Dan is vergeving dus niet hetzelfde als geen boosheid meer voelen. Maar vertel eens, op wie ben je eigenlijk het meest boos?”
“Op degene die een mij dierbaar mens onrecht heeft aangedaan.”
“Weet je dat zeker?”, vraagt hij vriendelijk.
Verbaasd kijk ik de wijsgeer aan. Deze vraag had ik niet verwacht.

Socrates zwijgt even. Dan zegt hij: “Wanneer iemand je pijn doet, gebeurt er vaak nog iets anders. Niet alleen de ander blijft door je gedachten gaan, ook je eigen denken en handelen neem je onder de loep.”
“Hoe bedoel je dat Soof?
“Misschien verwijt je jezelf dat je te goed van vertrouwen bent geweest. Dat je iets had moeten zien aankomen. Of dat je je nog steeds zo laat raken. Herken je daar iets van?”

Het lijkt alsof Socrates mijn gedachten leest. Met zachte stem vervolgt hij: “We spreken meestal gemakkelijk over het vergeven van anderen. Maar vertel eens, heb jij jezelf al vergeven?”
“Mijzelf?”, vraag ik verwonderd. “Waarvoor zou ik mijzelf moeten vergeven?”
“Omdat je vaak milder bent voor anderen dan voor jezelf”, glimlacht de filosoof.
Plots besef ik dat vergeving niet alleen betekent dat ik de ander in de ogen kijk. Vergeving vraagt evenzeer dat ik mezelf in de spiegel durf aan te kijken. Ik zie mijn boosheid, mijn teleurstelling en mijn verlangen naar erkenning. Maar ik zie ook mijn verlangen om te leven zoals Jezus mij heeft voorgeleefd.

Zij aan zij lopen we verder langs de oever van de IJssel, ieder in zijn eigen gedachten verdiept. Een licht briesje strijkt door het riet langs de oever. Het voelt alsof de natuur even meeluistert.

Na enig nadenken zeg ik: “Soof, ik kan de keuze van de ander niet bepalen. Alleen die van mijzelf. Ook al kiest de ander niet voor vergeving of verzoening, zelf wil ik proberen de weg van vergeving te gaan. Niet omdat het onrecht daarmee verdwijnt, maar omdat ik niet wil dat mijn hart verbitterd raakt.”
“Vergeving is een pijnlijk en moeizaam proces dat tijd vraagt, Soof.”
“Maar wanneer weet je dan dat je hebt vergeven?”
“Misschien merk je het pas wanneer de ander niet meer voortdurend je gedachten beheerst”, opper ik voorzichtig. “Of misschien wanneer je de ander geen kwaad meer toewenst.” Socrates glimlacht en knikt instemmend.

Dan is het alsof een deurtje zich opent in mijn geest. Dichtregels die mij lang geleden hebben geraakt, laten zich horen:
‘De tijd verglijdt
en heelt de open wonden,
verzacht verdriet met iedere seconde
tussen nu en eeuwigheid’.

“Ja”, denk ik. “Zo is het. De tijd verzacht wat eerst ondraaglijk leek. En misschien is dat wat vergeving uiteindelijk doet: de herinnering blijft, maar de pijn krijgt niet langer het laatste woord.”


Wil je verder meewandelen met Socrates?
Op meijmeringen.nl vind je meer van onze gesprekken langs de IJssel.

OVER INTELLECT EN GEVOEL, DE WEG NAAR WIJSHEID

Een wandeling met Socrates langs de IJssel


Verwachtingsvol sta ik aan de oever van de IJssel, in afwachting van de filosoof. Ik zie ernaar uit weer een dialoog met hem te voeren. Maar hij laat op zich wachten. Na een half uur, net als ik besloten heb maar alleen te gaan wandelen, komt de wijsgeer haastig aangelopen. Een plotselinge windvlaag doet zijn himation opbollen, alsof de tijd zélf hem vooruit duwt.

“Soof, waar bleef je?”, zeg ik.
“∑υγγνώμην έχω, neem me niet kwalijk”, zegt hij glimlachend. “Het tijdreizen van mijn tijd naar de 21e eeuw verliep vlot. Maar het debat op het marktplein in Athene liep uit. Ik was mijn tijdgenoten aan het bevragen over intellect en gevoel. Er ontstonden zúlke boeiende gesprekken dat ik totaal vergat op de zonnewijzer te kijken.”
De wijsgeer valt even stil, kijkt me verwachtingsvol aan en zegt: “Zullen wij ook eens over deze begrippen van gedachten wisselen?” “Prima idee”, roep ik enthousiast.

“Graag wil ik beginnen met een terugblik op mijn studietijd, Soof. Ik had destijds een briljante docent die veel indruk op mij maakte. Hij had een uitzonderlijk intellect en bezat veel kennis. ‘De wandelende encyclopedie’ werd hij genoemd.
Maar terwijl hij doceerde, voelde ik dat er iets miste. Iets wezenlijks. Hij was niet empathisch en er was evenmin verbinding met de studenten. Er was alleen logica.”

“Hoe kan het”, vraag ik, “dat iemand die zo begaafd is in het denken gevoelsmatig zo arm kan zijn?” De wijsgeer luistert aandachtig. “Wat is intellect volgens jou?”, vraagt hij vriendelijk. “Intellect”, zeg ik na een korte stilte, “is het vermogen om helder, logisch en analytisch te denken. Het onderscheidt structuren, begrijpt oorzaken en trekt consequente, samenhangende conclusies.”

De filosoof knikt instemmend. “En gevoel?”
“Gevoel”, zeg ik aarzelend, “is dat wat ons verbindt. Het onthult betekenissen die zich niet via logisch denken laten vangen. Voor mij voelt het soms als een innerlijke trilling die zegt: dit ráákt mij.”
Socrates knikt. “Dus intellect maakt onderscheid en gevoel verbindt. En beiden zijn nodig om tot wijsheid te komen.”

“Mijn vroegere docent was intellectueel zeer begaafd en hij bezat veel kennis”, zeg ik peinzend. “Intellect kan scherp zijn, logisch, analyserend. Maar gevoel vraagt iets anders: het vermogen om die innerlijke signalen, emoties en menselijke nuances te kunnen lezen. En dat was bij hem minder goed ontwikkeld. Zijn woorden bereikten mijn hoofd, maar niet mijn hart.
Het was alsof hij licht verspreidde zonder warmte. Misschien is dat het verschil tussen weten en voelen Soof. Kennis moet doorleefd zijn om tot wijsheid te worden.”

De filosoof kijkt me goedkeurend aan en zegt: “Er is kennis uit boeken en kennis die verlicht. De eerste maakt je slim, de tweede maakt je wijs. Een helder hoofd is niet voldoende om het leven te begrijpen en er vervolgens betekenis aan te geven. Er is ook een zacht hart nodig.
Er zijn mensen die denken dat wanneer je veel kennis hebt, je ook wijs bent. Maar dat is een grote misvatting. Kennis kun je verzamelen, zoals je postzegels of munten verzamelt.
Je kunt er trots op zijn, ermee pronken of er anderen mee imponeren. Pas als kennis het hart raakt, wordt ze wijsheid.”

Socrates plukt wat aan zijn baard en vervolgt: “In het oude Griekenland kenden wij dat verschil al. We hadden er twee woorden voor: oida (οίδα) en ginōskō
(γινώσκω). Oida is ‘weten’ in de zin van verstandelijke kennis. Ginōskō is ‘doorleefde kennis’ die je hebt ervaren en toegepast: je zou kunnen zeggen het
‘weten’ van het hart. Pas wanneer oida overgaat in ginōskō wordt kennis wijsheid.

De woorden van de wijsgeer komen diep bij mij binnen. Zij aan zij wandelen we verder, stroomopwaarts langs de oever van de rivier. Boven de horizon kleurt de hemel langzaam rood. De natuur maakt zich op om te gaan rusten.

Ten afscheid zegt Socrates zacht, bijna fluisterend: “Γνώθι σαυτόν, ken uzelf, want wie zichzelf kent, weet wat hoofd en hart elkaar te zeggen hebben.”
Dan verdwijnt hij langzaam uit het zicht, tot zijn gestalte oplost in het avondlicht.

De woorden van de filosoof resoneren nog lang na in mijn hoofd. Misschien is wijsheid simpelweg dít, denk ik bij mijzelf:
dat intellect leert buigen voor wat het hart al weet.



Wil je verder meewandelen met Socrates?
Op meijmeringen.nl vind je meer van onze gesprekken langs de IJssel.

OVER ONTROERING

Een wandeling met Socrates langs de IJssel


Samen met Socrates zit ik op een bankje aan de oever van de rivier. De filosoof tuurt aandachtig naar de horizon, waar de zon als een gouden bal uit de mist tevoorschijn komt. Hij ademt de voorjaarslucht in en zegt zacht, bijna eerbiedig: “ὡς καλή ἡ ἀνατολὴ τοῦ ἥλιου, wat een mooie zonsopkomst.” Ik knik, terwijl mijn blik over het water glijdt dat langzaam lichter wordt.

“Soof”, begin ik voorzichtig: “ik wil graag iets met je delen over een gebeurtenis uit mijn jeugd die destijds veel indruk op mij heeft gemaakt.” Hij kijkt me aan met die rustige, onderzoekende blik die ik inmiddels van hem ken. “Het gaat over ontroering.” En dan begin ik mijn verhaal.

“Soms voel ik mij nog dat meisje van acht dat op Koninginnedag op het plein voor het gemeentehuis staat, samen met alle scholieren uit mijn geboorteplaats. We zingen uit volle borst het Wilhelmus, begeleid door muziekkorps ‘Ons Genoegen’. En dan, zomaar ineens, word ik overvallen door een golf van ontroering.”

“Wat gebeurde er dan in je?” vraagt de oude wijsgeer.
“Soof, het leek of er iets openbrak vanbinnen, alsof er iets ging stromen. Tranen welden op in mijn ogen. Niet van verdriet, maar uit een overweldigend gevoel van verbondenheid, van eenheid. Er ging iets door mij heen dat groter was dan ikzelf.”

De filosoof laat mijn woorden rustig op zich inwerken. Dan zegt hij: “Wat heb je deze ervaring mooi beschreven. Ontroering is namelijk een verfijnde, gelaagde emotie. Er zit iets van vreugde in, wanneer je wordt geraakt door iets moois of liefdevols. Maar ontroering kan ook weemoed in zich dragen wanneer er iets vergankelijks of kwetsbaars wordt aangeraakt. Zoals je als meisje al ontdekte roept ontroering een diep gevoel van verbondenheid en menselijkheid op.”

“Wat fijn dat je mij zo goed aanvoelt Soof. Als achtjarige kon ik nog geen woorden geven aan het begrip ontroering. Nu ik ouder ben en de nodige levenservaring heb opgedaan, zou ik het als volgt willen omschrijven. Al die heldere kinderstemmen, de muziek én de liefde voor het vaderland – die in mijn jeugd nog sterk leefde – raakten een gevoelige snaar in mij. Het leek alsof een deurtje naar mijn hart zich spontaan opende, naar die stille ruimte die ook wel ziel genoemd wordt. En dat ik toegang kreeg tot die zuivere kern die in elk mens aanwezig is.
De Benedictijner monnik Anselm Grün noemt die kern het stukje God in ons. Een heilige plek waar we niet beschadigd of gekwetst kunnen worden. Dáár laat God zich vinden, zegt hij, op de bodem van onze ziel.”

Socrates kijkt peinzend voor zich uit. “Je beschrijft iets”, zegt hij zacht, “wat de oude Grieken misschien ἱερὸν θαῦμα zouden noemen: heilige verwondering.”
Ik glimlach. “Soof, dat doet me denken aan de Duits-joodse filosoof Max Scheler (1874-1928). Als fenomenoloog schreef hij over de diepe bewegingen van het hart. Hij zag emoties niet als toevallige stemmingen, maar als vensters waardoor we waarden als verbondenheid, respect of schoonheid kunnen ervaren.
Scheler noemde ontroering een heilige emotie, omdat ze ons boven onszelf uittilt. Ze opent iets in ons dat zuiver is en niet van deze wereld. In echte ontroering, zegt hij, licht iets eeuwigs op: een glimp van het goddelijke dat in ieder van ons aanwezig is.”

Socrates kijkt me aandachtig aan. “Dus wat jij voelde als kind, het plotselinge stromen van iets onnoembaars, die tranen van verbondenheid, was niet zomaar een emotie, maar een aanraking van het heilige zelf.”
“Ja”, zeg ik, “precies dat! Misschien is dát wel de ware betekenis van ontroering. Dat je even geraakt mag worden door de heiligheid van het bestaan.”



Wil je verder meewandelen met Socrates?
Op meijmeringen.nl vind je meer van onze gesprekken langs de IJssel.

OVER VERBINDING

Een wandeling met Socrates langs de IJssel


Als ik bij de rivier aankom staat de filosoof mij al op te wachten. Na onze begroeting, val ik meteen met de deur in huis. “Soof, toen je vorige keer afscheid nam, deed je dat in het Grieks. Maar je vergat de ondertiteling.” Hij plukt wat aan zijn baard en glimlacht verlegen. “Wil je het echt weten”?
“Ja natuurlijk”, zeg ik. De wijsgeer aarzelt even en zegt dan: “Het betekent: gegroet, gij mooiste der vrouwen.” Volkomen verrast zoek ik naar woorden. “Wat een mooi compliment Soof. Maar eh… zoals je ziet ben ik geen jonge blom meer.”
“Ook oudere mensen kunnen er prachtig uitzien”, antwoordt hij zacht. “Kijk eens met aandacht naar hun doorleefde gezichten, hun karakteristieke gelaatstrekken. En kijk eens naar binnen. Op de bodem van hun ziel vind je vaak zoveel innerlijke schoonheid.”
“Nou Soof, mijn dag kan niet meer stuk na het horen van zulke lovende woorden!”

“Dan wordt het nu tijd om te gaan oefenen met mijn gespreksmethode”, vervolgt de filosoof.
“Welk onderwerp heb je voor deze wandeling bedacht?”
“Soof, wat mij bezighoudt is het thema verbinding.”
En zo beginnen wij, al wandelend langs de rivier, aan een bijzonder gesprek.

“Het was zo vreemd”, zeg ik. “Laatst was ik met twee mensen geanimeerd in gesprek. Het voelde warm en verbonden. Op een gegeven moment stelde ik een vraag, vanuit oprechte interesse. Geheel onverwacht kreeg ik een scherpe reactie terug. Het raakte mij zo, dat ik het gevoel kreeg dat de verbinding tussen ons abrupt verbroken werd. Vanaf dat moment voelde ik mij afgesneden, alleen.”

De filosoof kijkt me vragend aan. “Vertel eens”, zegt hij, “wat betekent het woord verbinding voor jou?“
Ik laat zijn vraag even op mij inwerken. “Verbinding is voor mij als een weefsel van onzichtbare draden waardoor wij mensen met elkaar verbonden zijn. Een plek waar ‘ik’ en ‘jij’ elkaar aanraken, zonder dat we onszelf verliezen. Verbinding betekent voor mij ook mezelf kunnen zijn bij de ander. Zonder oordeel, maar wel met respect. Zo voel ik mij veilig en onderdeel van een groter geheel.”

De filosoof luistert aandachtig. “En toen de ander geïrriteerd reageerde”, vraagt hij, “wat gebeurde er toen met dat gevoel?”
“Er ging een deur dicht. Ik voelde mij buitengesloten.”
“Interessant”, zegt hij. “Dus je zou kunnen zeggen dat niet de verbinding zelf verdween, maar jouw ervaring ervan. Wat maakte dat jij het zo sterk voelde verdwijnen?”
“Ik ervoer de irritatie van de ander als een persoonlijke aanval“, antwoord ik na enig nadenken.

Socrates schopt tegen een steentje op het pad en kijkt me vriendelijk aan. “Het lijkt me dat je niet alleen de woorden hoorde, maar er ook een betekenis aan toevoegde. Namelijk: ‘zij willen mij er niet meer bij’.
Is dat een zekerheid of een gevolg van jouw interpretatie?”
“Ik denk het laatste Soof.”
“Zie je, dan ligt de sleutel in jou. Jij bepaalt of je de deur sluit of openhoudt. De reactie van de ander kan jou raken, maar je hoeft er niet uit af te leiden dat je niet meer verbonden bent. Misschien is het wijzer om nieuwsgierig te blijven en te onderzoeken wat er bij de ander gebeurt. Zo kan de verbinding blijven bestaan, ook als hij even anders voelt.”

“Weet je Soof, je zet mij steeds weer aan het denken”, antwoord ik zacht. De oude wijsgeer plukt een blaadje van een tak en kijkt mij peinzend aan. “Het gaat er niet om antwoorden te vinden, maar om inzicht te verkrijgen. En zo tot wijsheid te komen. Vergeet dat nooit!”

Zwijgend volgen we stap voor stap de stroom van de rivier. Langzaam opent zich in mij een nieuwe deur. Een deur naar een dieper vertrouwen in mezelf en in het weefsel dat mij draagt. Ook als het soms even scheurt.



Wil je verder meewandelen met Socrates?
Op meijmeringen.nl vind je meer van onze gesprekken langs de IJssel.

EEN ONVERWACHTE ONTMOETING MET SOCRATES

Een wandeling met Socrates langs de IJssel


Zacht neuriënd loop ik over een kronkelig karrenpad. Mijn voeten volgen de eeuwenoude sporen van paard en wagen. Ze zijn diep in de aarde gegrift. Zelfs de tijd heeft ze niet kunnen uitwissen. Naast het zandpad stroomt de IJssel, als een zilveren lint in het ochtendlicht. Ik zie de wolken weerspiegeld in het water. Het is alsof ze, net als ik, met de stroom meewandelen. Terwijl ik stap na stap het pad volg, voel ik hoe de stilte mij uitnodigt tot nadenken.

Plotseling hoor ik voetstappen achter me. Ik draai me om en knipper verbaasd met mijn ogen. Daar staat een man met een kalende schedel en een enorme baard. Ik herken hem direct van standbeelden en schilderijen, Socrates, de Griekse wijsgeer! Hij draagt zijn kenmerkende himation en sandalen aan zijn voeten, alsof hij zo uit zijn eigen tijd is komen aanlopen.
“χαιρε”, zegt hij glimlachend en vraagt of hij een stukje met mij mee mag lopen. Wauw, een tête à tête met een wereldberoemde filosoof, daar zeg ik geen ‘nee’ tegen.

We raken geanimeerd aan de praat en, hoe kan het ook anders, we gaan al snel de diepte in. Ik vraag hem of hij eens uit wil leggen wat zijn socratische gespreksvoering precies inhoudt.
“Natuurlijk”, zegt hij. “Maar voordat ik begin, dit even terzijde: Socrates is zo’n lange naam. Ik stel voor dat je mij Soof noemt. Al mijn Atheense vrienden doen dat ook. Soof, afgeleid van filosoof, bekt gewoon wat lekkerder.”

Dan begint de bebaarde wijsgeer te vertellen. ”Zoals je misschien weet heb ik zelf niets op schrift gesteld. Dat heeft een reden. Ik geloof namelijk dat ware kennis niet alleen uit boeken komt, maar ook uit het gezamenlijk onderzoeken van ideeën. En dat doe ik via het stellen van vragen. Je kunt zo’n gesprek zien als een wandeling langs een kronkelig pad. Je weet niet precies waar het heengaat, maar elke vraag roept weer een nieuw vergezicht op. Het gaat er niet om gelijk te krijgen. Veeleer is het een uitnodiging om dieper te kijken naar wat je precies denkt en waarom.

Daarbij is aandachtig luisteren minstens zo belangrijk als het stellen van vragen. Want alleen in echte aandacht hoor je wat er onder de woorden leeft. In die rust worden aannames zichtbaar, woorden vallen op hun plaats en er ontstaat ruimte voor nieuwe inzichten. Zo wordt het gesprek zelf een oefening in wijsheid. Ik zeg altijd tegen mijn leerlingen: trage vragen vragen om trage antwoorden.”

“Wat heb je jouw methode duidelijk uitgelegd“ verzucht ik. “Ach, ik ben niet voor niets filosoof” grinnikt hij.
“Soof”, zeg ik, “Vaak zie ik dat mensen in een discussie bij voorbaat al een oordeel hebben. Ze willen de ander overtuigen of, erger nog, hun mening opdringen. Hoe anders zou de maatschappij eruit zien als we op jouw manier de dialoog zouden aangaan. Ik moet eerlijkheidshalve wel zeggen dat het mij niet eenvoudig lijkt om deze methode goed toe te passen.”

Met een twinkeling in zijn ogen kijkt hij me aan: “Zullen we een keer samen oefenen?”
“Soof, dat zou ik geweldig vinden”, roep ik spontaan. “Want ja, ik betrap mijzelf er ook weleens op te snel met een oordeel klaar te staan.”
“Laten we afspreken binnenkort samen aan de slag te gaan”, zegt hij. “Jij mag alvast een thema bedenken waarover je in gesprek wilt gaan.” “Prima Soof, ik heb al iets in gedachten.”

Voordat we afscheid nemen kijkt de bebaarde wijsgeer mij doordringend aan en zegt: “χαιρε ώ κάλλιστη.” Voordat ik kan vragen wat deze woorden betekenen, is hij ineens verdwenen. Opgelost in het niets. Alleen zijn raadselachtige groet klinkt door.

Wie weet ontdek ik bij onze volgende wandeling wat hij bedoelde….



Wil je verder meewandelen met Socrates?
Op meijmeringen.nl vind je meer van onze gesprekken langs de IJssel.

EN GOD SCHIEP DE VROUW *)

Brigitte Bardot, de mythe van de Franse cinema


Bij de jongere generatie zal misschien niet direct een belletje gaan rinkelen. Maar de ‘babyboomers’ weten ongetwijfeld over wie ik het heb. Brigitte Bardot, de Franse actrice die uitgroeide tot wereldicoon. Zondag 28 september wordt zij 91 jaar.

Brigitte Bardot, simpelweg afgekort tot BB, was van 1950 tot 1973 een van de meest fameuze filmsterren van het witte doek. Oogverblindend mooi was ze! Kennelijk had God er zin in die dag, want Hij boetseerde haar lijf met een welhaast ongeëvenaarde precisie. Veel vrouwen zouden er hun ziel en zaligheid voor over hebben om gezegend te zijn met zo’n fraai uiterlijk.

Brigitte oogde niet alleen beeldschoon, haar sexappeal had een hypnotiserende uitwerking op het mannelijk geslacht. Bij het aanschouwen van BB’s borsten, benen en billen steeg hun testosteron tot ongekende hoogten. Godfried Bomans verzuchtte ooit: “Had mijn vrouw maar één zo’n been….” Hij doelde weliswaar op het been van Marlène Dietrich, naast wie hij die avond zat, maar ach, het had evengoed het been van BB kunnen zijn.

Hoe zag haar liefdesleven eruit? Veel is daar niet over bekend. BB schermde haar privéleven zorgvuldig af voor de vele, vaak opdringerige fans. Echter, voor een astroloog kent de voormalige ‘screen goddess’ weinig geheimen. Die analyseert simpelweg haar geboortehoroscoop en vindt daarin antwoorden op velerlei vragen.

Het eerste wat opvalt in BB’s horoscoop is haar voorliefde voor mannen én haar onverzadigbare honger naar seks. Heftige, hartstochtelijke seks waar de vonken vanaf vliegen, dat is waar ze intens naar verlangt. Lekker dobberen in een bubbelbad, met op de achtergrond een romantisch muziekje en een glas champagne binnen handbereik, is niet aan haar besteed. Op een uitgebreid voorspel, langzaam toewerkend naar het ultieme genot, hoeven haar minnaars evenmin te rekenen.

Wat ze werkelijk zoekt in het seksuele contact met de ander, een samensmelting van lichaam en geest, vindt ze niet. Ze verlangt met hart en ziel naar eros én agape: de lichamelijke, maar ook de geestelijke liefde. Een moeilijke opgave voor haar, omdat ze zich emotioneel niet goed weet te verbinden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zij de nodige problemen kende bij het opbouwen van een vaste relatie. Een ‘one night stand’ of kortstondige affaire ging haar beter af. Dit blijkt wel uit het feit dat ze jarenlang talloze mannen versleet die ze, teleurgesteld, na korte tijd weer dumpte.

Niet alleen haar melancholische karakterstructuur zorgde voor problemen. BB had ook de pech dat er mannen op haar pad kwamen met een niet al te betrouwbaar karakter. Een beetje het type ‘snelle jongen, vlotte babbel’. Omgekeerd vallen dit soort mannen op vrouwen die zo van een pin-up kalender afgescheurd lijken te zijn. Daar kunnen ze, flanerend over de boulevard in hun snelle bolides, lekker de blits mee maken.

BB was beeldschoon, maar beslist geen dom blondje. Integendeel zelfs. Haar geboortehoroscoop laat zien dat haar intellectuele capaciteiten niet onderschat mogen worden. Dit is waarschijnlijk de belangrijkste reden geweest dat ze in 1973 abrupt een punt zette achter haar filmcarrière. Vanaf die tijd zette zij zich in voor het welzijn van dieren, ze werd actief in de politiek en hield zich bezig met het schrijven van boeken. De laatste jaren leidt zij een teruggetrokken leven in La Madrague, haar landgoed in St. Tropez.

Terugkomend op haar partnerkeuze: een geboortehoroscoop geeft duidelijk aan met welk type man een relatie de meeste kans van slagen heeft. In BB’s geval laat deze aan duidelijkheid niets te wensen over. Een serieuze, rechtlijnige, wat traditioneel ingestelde partner komt als beste uit de bus. Zo’n stabiele factor zou meer rust en evenwicht in haar leven kunnen brengen. Het lijkt erop dat haar huidige echtgenoot, de steenrijke politicus Bernard d’Ormale, deze karaktereigenschappen in zich heeft. Hij is ook de eerste man die haar intellectuele kant serieus neemt. Na jarenlange vergeefse pogingen is zij nu al ruim dertig jaar gelukkig in de liefde.

BB is de negentig inmiddels gepasseerd. Met het klimmen der jaren is ook haar uiterlijk veranderd. Een glad perzikhuidje heeft ze niet meer. Maar kijk eens goed naar haar: wat een karakteristiek gezicht! Je ziet dat ze geleefd heeft. Haar gerimpelde gelaat vertelt ondubbelzinnig haar veelbewogen levensverhaal.
En toch wringt er iets. Hoe kan het dat we ons wél laten betoveren door oude gebouwen, kerken of historische steden, maar dat we, als het om mensen gaat, bijna uitsluitend jeugdige schoonheid vereren? Niets is immers zo vergankelijk als dat.


*) Dit is een bewerkte versie van een artikel dat ik op 18 november 2013 heb gepubliceerd op logosastrologiae.wordpress.com.

DE TAAL VAN DE HUID

Hoe aanraking spreekt waar woorden zwijgen


Buiten ontwaakt de wereld. De opkomende zon werpt haar eerste licht tastend over de gevels. Alsof ze nog moet wennen aan de dag. Langs de akkers vouwen veldbloemen hun kelken open. Zwaluwen tekenen cirkels in de lucht. Alles wijst naar groei, naar leven dat net begonnen is.
Binnen is het stil. Zelfs de tijd lijkt stil te staan. Een jong leven is geëindigd, nog voor het echt begon. Ik sluit aan in een lange rij om de ouders te condoleren. Hun zoon heeft zelf besloten dit leven te verlaten.

Terwijl de rij langzaam opschuift, voel ik hoe de woorden die ik zeggen wil één voor één wegvloeien. Wat kun je zeggen tegen ouders die zo’n zwaar verlies moeten dragen? Hoe vind je taal voor iets waar geen taal voor is?
Dan sta ik voor de moeder. Als ik opkijk raken onze blikken elkaar. Als vanzelf leg ik mijn armen om haar heen. Ik voel de warmte van haar huid. Geen woorden. Slechts een gebaar. Zo staan we enkele momenten dicht bijeen. Nee, het neemt haar verdriet niet weg, maar het is alsof het wordt gedeeld. Ik voel een diepe verbondenheid, buiten woorden om.

Tijdens de herdenkingsdienst vult vioolmuziek van Ennio Moricone* de ruimte. Terwijl het ontroerende ‘Gabriel’s Oboe’ weerklinkt dwalen mijn gedachten af naar die onverwachte omarming. Een ander aanraken lijkt zo gewoon, maar toch voelt het bijzonder. Fysieke aanraking is de oudste taal die wij kennen, een soort pre-verbale vorm van communicatie. En daarmee de oudste vorm van nabijheid tussen mensen. Het is als een stille ontmoeting die mensen verbindt, voorbij alle grenzen.

Fysieke aanraking begint al bij de geboorte. Wanneer een baby liefdevol wordt aangeraakt, ervaart hij een gevoel van veiligheid en geborgenheid. De psycholoog Erik Erikson noemde dit het oervertrouwen. Ontvangt een kind in zijn eerste levensfase veel liefdevolle aanraking, dan ontwikkelt het een diep vertrouwen in anderen. Wanneer dit ontbreekt dan kunnen gevoelens van angst, onzekerheid of eenzaamheid ontstaan. Met gerichte begeleiding, bijvoorbeeld door een haptonoom, kan dat basisvertrouwen later alsnog groeien.

Eind vorige eeuw werd wetenschappelijk aangetoond hoe heilzaam aanraking is. Het kan pijn verzachten, spanning verminderen en de stemming verbeteren. Ja, er blijkt zelfs een apart zenuwstelsel voor te bestaan!
Psychiater Anna Terruwe (1911-2004) wist dit al veel eerder. In haar therapeutische sessies met patiënten had zij gezien en ervaren hoe helend fysieke aanraking kan werken. Volgens haar komt veel psychisch lijden voort uit een tekort aan erkenning en genegenheid. Een knuffel of een hand op je schouder kan, als het oprecht en respectvol gebeurt, meer helen dan vele woorden. Soms nam ze een patiënt, die als kind te weinig affectie had gekregen, zelfs op schoot. In het huidige MeToo-tijdperk zou dit helaas een regelrechte gotspe zijn! En juist daarin gaat iets kostbaars verloren.

Jaren geleden had ik een massagepraktijk. Soms zag ik cliënten binnenkomen met gezichten strak van de spanning. Maar tijdens de massage gebeurde er iets. Onder mijn handen voelde ik de spanning uit hun lichaam vloeien, alsof met elke aanraking hun last lichter werd. Hun gelaatstrekken werden zacht, bijna sereen.
Ook van binnen veranderde er iets. Cliënten ervoeren een diepe innerlijke rust, een verstilling die ruimte maakt voor wie ze ten diepste zijn. Het was alsof ze, liggend op de massagetafel, zich voor mij openden en mij een blik gunden in hun ziel. Ik mocht hun innerlijke naaktheid, hun kwetsbaarheid aanschouwen. En in die kwetsbaarheid lag ware schoonheid.

Die massagepraktijk, die heb ik al lang niet meer. Maar gebleven is mijn verlangen om, wanneer ik voel dat iemand het nodig heeft, mijn hand op een arm of schouder te leggen. Een klein gebaar waarmee ik uit wil drukken: je bent mij dierbaar, ik leef met je mee, je bent niet alleen.

Wanneer de laatste klanken van de piano wegsterven, keer ik terug uit mijn overpeinzingen. De stilte in de zaal voelt zwaar, maar ook zacht. Mensen staan op, pakken hun jas en lopen langzaam naar buiten. Ik volg hen, nog half in gedachten.

Bij de uitgang komt de grootmoeder van de overleden jongen naar mij toe. Even legt ze haar warme, gerimpelde hand op mijn gezicht. In die zachte aanraking zit een weten, oud als de wereld zelf. Een weten dat aanraking het eeuwige antwoord is op het zielsverlangen van ieder mens.

* Gabriel’s Oboe, filmmuziek van Ennio Moricone:
https://share.google/AuQEosQRmZM2trlav

WAT JUNG ZAG IN MIJN COLLAGE

Een spel van beelden werd een reis naar binnen



Op mijn studeerkamer hangt een collage. En weet je, er is iets wonderlijks mee aan de hand. Ik maakte dit werkstuk als afsluitende opdracht tijdens een schrijfworkshop. Er zat geen dieper liggende gedachte achter. De bedoeling was de workshop op een ontspannen wijze af te sluiten.
Naar hartenlust scheurde ik foto’s en teksten uit kranten en tijdschriften en plakte ze willekeurig op een vel papier.

Thuisgekomen legde ik de collage op mijn bureau. En ja, na een tijdje verdween hij in een la.
Tot ik op zekere dag het boek ‘Intens leven en sterven’ van de Zwitsers-Amerikaanse psychiater Elisabeth Kubler-Ross las. Daarin beschrijft zij onder andere het verklaren van (kinder)tekeningen en collages. Zij hanteert daarbij de kwadranten volgens Jung.
Carl Gustav Jung gebruikte vaak cirkels en kwadranten om psychologische processen te visualiseren. Zo verdeelde hij een cirkel bijvoorbeeld in kwadranten. Hij noemde ze: verleden, heden, nabije toekomst en toekomst.

Nieuwsgierig geworden zocht ik de collage op die ik twee jaar geleden had gemaakt. Toen ik de afbeeldingen bekeek, was mijn eerste gedachte: “Laat ik Jung, de grondlegger van het collectief onbewuste, eens vragen hoe hij mijn collage zou duiden.”

Het eerste kwadrant linksonder noemt hij het verleden. In dit gedeelte zie je een bed, een wandelschoen en een meisje met een stokbrood in haar hand. Jung laat de beelden even op zich inwerken en zegt: “Het bed staat symbool voor je geboorteplek. Met de wandelschoen start je je levensreis op aarde en het stokbrood is het voedsel dat je lichaam nodig heeft om te kunnen functioneren. Niet alleen letterlijk om te groeien, maar ook figuurlijk als zingeving en levensenergie.

Volgens Jung staat het tweede kwadrant rechtsboven symbool voor het heden. Hier zie je een afbeelding van een oude dame, innig gearmd met de violist Andre Rieu. Beiden met een glimlach op hun gezicht.
In dit gedeelte staan ook muzieknoten en een saxofoon afgebeeld. Jung ziet muziek als directe taal van het onbewuste. Het vormt als het ware de trilling van het leven zelf. Muziek onderstreept de zielskracht. Meer dan woorden.
Over de hier afgebeelde foto’s geeft Jung deze analyse: “Dit kwadrant straalt warmte en levensvreugde uit. Je voelt je geliefd en omringd door mensen die om je geven.” Dat kan ik volledig beamen Carl Gustav. Ja, zo voelde ik mij op het moment dat ik deze collage maakte (en dat is nog steeds het geval).

Rechtsonder bevindt zich het derde kwadrant: de nabije toekomst. Dit onderdeel van de collage bevat drie plaatjes: een bord met de tekst ‘Santiago de Compostella’, honden die een slee door de sneeuw trekken en een tekst met de woorden ‘altijd buiten, in het veld’. Jung denkt even na en zegt: “Hier komen duidelijk je verlangen naar de natuur, het in beweging zijn en je ondernemingslust tot uiting. Je vitaliteit en levenskracht zijn duidelijk zichtbaar.” Hij voegt eraan toe: “Santiago de Compostella geeft niet alleen een fysieke pelgrimstocht aan, maar ook een innerlijke.”
Jeetje, denk ik bij mijzelf, Jung slaat precies de spijker op zijn kop! Ooit schreef ik namelijk deze zinnen op mijn weblog: “Met deze blog begint mijn levensreis, een reis naar binnen. Ik ga op zoek naar mijn innerlijke wortels, naar wie ik ten diepste ben.”

Het kwadrant linksboven symboliseert de toekomst. Hier zie je wandelaars die welgemoed een berg beklimmen, twee paarden en een boerderij, met de boer in de deuropening. Jung zegt hierover: “Wanneer je aardse reis ten einde is gekomen ga je op weg naar het huis van je hemelse Vader. De paarden in dit kwadrant staan symbool voor vrijheid. Je ziel bevrijdt zich van je aardse beperkende lichaam. Nu mag je loslaten wat zwaar en moeilijk was.”
En wat te denken van de boerderij met de wachtende man bij de deur? Jung antwoordt: “Dit is een mooi en ontroerend beeld van God de Vader die jou verwelkomt. Hij haalt je liefdevol thuis in zijn hemelse woning.

Dan vervolgt Jung: “Het graf in het midden van de collage duidt op een transformatie. Het is een ritueel punt waar eindigheid en eeuwigheid elkaar ontmoeten. De woorden ‘World without end’ maken van de dood geen sluitstuk, maar een poort naar de eeuwigheid. ‘Moulin Rouge’ vormt een treffend beeld van het aardse leven in haar volle glorie. Want sterfelijkheid krijgt pas betekenis als het leven ten volle is geleefd.”
Dit contrast tussen leven en dood raakte me. Leven en dood zijn voor mij geen vijanden. Het is juist in het voluit leven – met alle lust, schoonheid en verbondenheid – dat de dood betekenis krijgt.
Jung besluit met te zeggen: “Het lijkt wel alsof de collage je wil zeggen: leef intens, leef het leven vol overgave. En weet dat je gedragen wordt in een groter verhaal. Een verhaal zonder einde.

Wat wonderlijk toch dat de volstrekt willekeurig gerangschikte afbeeldingen (i.e. mijn bewuste) uitgroeiden tot een visueel portret van mijn ziel (i.e. het onbewuste).

Misschien is dat wat Jung bedoelde toen hij zei:
“Je zult pas helder weten
wanneer je de stilte in jezelf betreedt
en leert luisteren naar de stem van je hart.”

DE MONNIK EN DE MENS

Over kijken, spiegelen en werkelijk zien


Lang, heel lang geleden leefden er monniken, hoog in de bergen van Tibet. Deze monniken hielden zich bezig met bijzondere geestelijke oefeningen. Zij bezochten drukke openbare plekken zoals markten, pleinen of treinstations. Zwijgend zaten zij daar, als stille getuigen, om mensen te observeren. Door lichaamstaal, emoties en gedragingen te bestuderen, konden deze monniken meer inzicht krijgen in de menselijke natuur.

Stel je eens zo’n monnik voor. Hoe hij daar zit in zijn saffraankleurig gewaad. Hoe hij aandachtig kijkt naar de mensen die hem passeren. Hij wil de geest van de mens leren doorgronden. Niet uit nieuwsgierigheid, maar uit eerbied voor het mysterie van het mens-zijn.

De monnik ziet de levensverhalen die mensen met zich meedragen. Hij ziet hun vreugdes, hun verdriet, hun worstelingen. Mensen verschillen van elkaar, maar onder al die verschillen vermoedt hij eenzelfde verlangen. Een verlangen om gekend te worden. Om gezien en geliefd te worden. Voor een monnik is dit zijn manier om wijsheid te vergaren. Geen wijsheid uit boeken, maar uit het leven zelf. Levenswijsheid.

Ook vandaag zit de monnik weer op een treinstation. Zonder enige haast zit hij daar op een bankje en observeert de reizigers op het perron. Treinen komen en gaan. Zoals gedachten komen en gaan.
Een gehaaste zakenman loopt voorbij. De man maakt zich druk over een trein die een paar minuten te laat is. Iets verderop ziet de monnik een verliefd stelletje, hun handen ineengestrengeld. Verdrietig nemen ze afscheid van elkaar. En daar zit een dakloze die door de massa wordt genegeerd. Door al die mensen in hun dagelijkse bezigheden te observeren leert de monnik bepaalde patronen herkennen. Een ervaren monnik ziet slechts gedrag en oorzaak-gevolg, zonder moreel oordeel. Net zoals een arts een diagnose stelt, zonder de patiënt te veroordelen.

Niet alleen monniken, maar ook Stoïcijnen, als Marcus Aurelius en Epictetus benadrukken dat we de wereld moeten waarnemen zonder ons mee te laten slepen door emoties. Stel, een boze man schreeuwt tegen de conducteur. Je denkt dan al gauw: “Wat een onbeschofte vent.” Maar een monnik of Stoïcijn reageert als volgt: “Wat zegt mij dit over de gemoedstoestand van die schreeuwende man?”

De monnik beseft dat wanneer hij de ander observeert, deze hem tegelijkertijd een spiegel voorhoudt. Want in het zoeken naar de ander wordt ook zijn binnenwereld langzaam zichtbaar. Terwijl de monnik waarneemt vraagt hij zich af: “Waarom voel ik sympathie voor de één en irritatie bij de ander? Welke mensen trekken mijn aandacht? Wat zegt mijn interpretatie over mijn eigen innerlijke toestand”?

Waar de monnik de ander ziet als een spiegel die hem dichter bij zijn essentie brengt, gaat de Frans-joodse filosoof Emmanuel Levinas nog een stap verder. Hij zegt: “De ander is niet slechts een spiegel maar evenzeer een oproep tot verantwoordelijkheid.” Dit overstijgt onze persoonlijke reflectie en raakt aan iets fundamenteel menselijks. In die blik van de ander ligt een appel besloten. Een oproep om betrokken te zijn bij het lijden en de vreugde van anderen.

Ondanks alles weet de monnik dat hij de ander nooit volledig zal leren kennen. En zichzelf evenmin. De apostel Paulus was zich hier eeuwen geleden ook al van bewust. Het gezicht van de ander weerspiegelt slechts flarden of contouren van diens binnenwereld.
Paulus schreef in zijn brief aan de Korintiërs: “Nu kijken wij nog in een wazige spiegel, in raadselen, maar straks van aangezicht tot aangezicht.” Ja, er komt een dag dat we elkaar werkelijk zullen kennen. Dat is de grote belofte die in de Schrift vermeld staat.

En …. misschien gebeurt dat nu soms al een beetje, op momenten waarop we ons echt met de ander verbonden voelen. Dat we in de blik van de ander, in een onverwachte ontmoeting elkaar heel even mogen zien zoals we werkelijk zijn. Alsof een onzichtbare hand de sluier oplicht en we een glimp van de hemel mogen opvangen. Die plek waar liefde altijd het laatste woord heeft.