
Een wandeling met Socrates langs de IJssel
Verwachtingsvol sta ik aan de oever van de IJssel, in afwachting van de filosoof. Ik zie ernaar uit weer een dialoog met hem te voeren. Maar hij laat op zich wachten. Na een half uur, net als ik besloten heb maar alleen te gaan wandelen, komt de wijsgeer haastig aangelopen. Een plotselinge windvlaag doet zijn himation opbollen, alsof de tijd zélf hem vooruit duwt.
“Soof, waar bleef je?”, zeg ik.
“∑υγγνώμην έχω, neem me niet kwalijk”, zegt hij glimlachend. “Het tijdreizen van mijn tijd naar de 21e eeuw verliep vlot. Maar het debat op het marktplein in Athene liep uit. Ik was mijn tijdgenoten aan het bevragen over intellect en gevoel. Er ontstonden zúlke boeiende gesprekken dat ik totaal vergat op de zonnewijzer te kijken.”
De wijsgeer valt even stil, kijkt me verwachtingsvol aan en zegt: “Zullen wij ook eens over deze begrippen van gedachten wisselen?” “Prima idee”, roep ik enthousiast.
“Graag wil ik beginnen met een terugblik op mijn studietijd, Soof. Ik had destijds een briljante docent die veel indruk op mij maakte. Hij had een uitzonderlijk intellect en bezat veel kennis. ‘De wandelende encyclopedie’ werd hij genoemd.
Maar terwijl hij doceerde, voelde ik dat er iets miste. Iets wezenlijks. Hij was niet empathisch en er was evenmin verbinding met de studenten. Er was alleen logica.”
“Hoe kan het”, vraag ik, “dat iemand die zo begaafd is in het denken gevoelsmatig zo arm kan zijn?” De wijsgeer luistert aandachtig. “Wat is intellect volgens jou?”, vraagt hij vriendelijk. “Intellect”, zeg ik na een korte stilte, “is het vermogen om helder, logisch en analytisch te denken. Het onderscheidt structuren, begrijpt oorzaken en trekt consequente, samenhangende conclusies.”
De filosoof knikt instemmend. “En gevoel?”
“Gevoel”, zeg ik aarzelend, “is dat wat ons verbindt. Het onthult betekenissen die zich niet via logisch denken laten vangen. Voor mij voelt het soms als een innerlijke trilling die zegt: dit ráákt mij.”
Socrates knikt. “Dus intellect maakt onderscheid en gevoel verbindt. En beiden zijn nodig om tot wijsheid te komen.”
“Mijn vroegere docent was intellectueel zeer begaafd en hij bezat veel kennis”, zeg ik peinzend. “Intellect kan scherp zijn, logisch, analyserend. Maar gevoel vraagt iets anders: het vermogen om die innerlijke signalen, emoties en menselijke nuances te kunnen lezen. En dat was bij hem minder goed ontwikkeld. Zijn woorden bereikten mijn hoofd, maar niet mijn hart.
Het was alsof hij licht verspreidde zonder warmte. Misschien is dat het verschil tussen weten en voelen Soof. Kennis moet doorleefd zijn om tot wijsheid te worden.”
De filosoof kijkt me goedkeurend aan en zegt: “Er is kennis uit boeken en kennis die verlicht. De eerste maakt je slim, de tweede maakt je wijs. Een helder hoofd is niet voldoende om het leven te begrijpen en er vervolgens betekenis aan te geven. Er is ook een zacht hart nodig.
Er zijn mensen die denken dat wanneer je veel kennis hebt, je ook wijs bent. Maar dat is een grote misvatting. Kennis kun je verzamelen, zoals je postzegels of munten verzamelt.
Je kunt er trots op zijn, ermee pronken of er anderen mee imponeren. Pas als kennis het hart raakt, wordt ze wijsheid.”
Socrates plukt wat aan zijn baard en vervolgt: “In het oude Griekenland kenden wij dat verschil al. We hadden er twee woorden voor: oida (οίδα) en ginōskō
(γινώσκω). Oida is ‘weten’ in de zin van verstandelijke kennis. Ginōskō is ‘doorleefde kennis’ die je hebt ervaren en toegepast: je zou kunnen zeggen het
‘weten’ van het hart. Pas wanneer oida overgaat in ginōskō wordt kennis wijsheid.
De woorden van de wijsgeer komen diep bij mij binnen. Zij aan zij wandelen we verder, stroomopwaarts langs de oever van de rivier. Boven de horizon kleurt de hemel langzaam rood. De natuur maakt zich op om te gaan rusten.
Ten afscheid zegt Socrates zacht, bijna fluisterend: “Γνώθι σαυτόν, ken uzelf, want wie zichzelf kent, weet wat hoofd en hart elkaar te zeggen hebben.”
Dan verdwijnt hij langzaam uit het zicht, tot zijn gestalte oplost in het avondlicht.
De woorden van de filosoof resoneren nog lang na in mijn hoofd. Misschien is wijsheid simpelweg dít, denk ik bij mijzelf:
dat intellect leert buigen voor wat het hart al weet.
lieve Ria !
De woorden van jouw wijsgeer komen ook diep bij mij binnen als een soort bevestiging van wat ik ook altijd voelde, maar wat ik vaak bij andere mistte..
Weer zó mooi weergegeven, Ria, wat je ten diepste raakt: De essentie van het bestaan en de gids die je wijst naar ons “gevoel”.
Voor velen misschien een wat angstig begrip! Maar als je je er voor openstelt, leer je het te “voelen” in je hart en leer je de ander beter te begrijpen !
Het geeft ook rust wanneer je beseft dat in het voelen (het invoelen), zoveel moois zit en wanneer de ander ook deze wijsheid omarmt, het leven zoveel waarde krijgt en er harmonie ontstaat tussen mensen die leren voelen dat liefde een schoonheid is en mensen bij elkaar brengt én houdt !!
LikeLike
Dag Ria,
In jouw eigen stijl heb je weer een mooi Socratisch gesprek weergegeven. Jullie bevragen dit keer intellect en gevoel en dat zet me weer stevig aan het denken.
Je begint met het onderscheid tussen intellect en gevoel. Vervolgens komen diverse begrippen langs: kennis, wijsheid, oida en gignoosko. Het zijn complexe begrippen die betrekking hebben op verschillende domeinen die elkaar soms ook nog eens deels overlappen. Het lukt me dit keer niet goed om die begrippen met elkaar in evenwicht te brengen. Maar wat door het verhaal heen klinkt is belangrijk: er zijn diverse vormen van kennis die elkaar nodig hebben om tot een harmonie te komen. Ik kom uit bij rationele kennis en kennis van het hart. En onwillekeurig dacht ik aan Pascal met de zin uit zijn Pensées: “Le coeur a ses raisons que la raison ne connaît point.” En ook het verschil in betekenis van savoir en connaitre drong zich aan me op.
Twee opmerkingen trokken speciale aandacht. Je stelt dat gevoel verbindt. Bedoel je dat als contrast met intellect dat methodisch discrimineert, namelijk onderscheid maakt en in categoriën verdeelt, terwijl gevoel verbinding zoekt en samen probeert te brengen? Dat herken ik als je praat over sympathie, compassie en medeleven. Maar het wordt lastig om in eenzaamheid, boosheid of schuld iets verbindends te zien.
Een tweede opmerking roept bij mij de meeste reactie op: jouw vermoeden dat wijsheid wel eens in zou kunnen houden ‘dat intellect leert buigen voor wat het hart al weet.’. Er zitten naar mijn idee een paar onuitgesproken veronderstellingen achter die uitspraak: (1) intellect is ondergeschikt aan wat het hart al weet; (2) het intellect behoort daarvoor te buigen en (3) het hart heeft kennis verworven. Om iets over de wijsheid te kunnen zeggen, zou ik die vooronderstellingen graag eerst wat willen verhelderen. Is intellect ondergeschikt? Grijpen we daarmee terug op het denken van vóór de Verlichting of is een andere lezing mogelijk? En als het intellect ondergeschikt is, behoort dat dan te buigen? En wat houdt dat buigen concreet in? Boeiend is het ook om na te denken over de bron van kennis waar het hart uit put. Het klinkt Platoons. Sommigen zeggen iedereen heeft aangeboren kennis, anderen zijn ervan overtuigd dat kennis alleen via de zintuigen verkregen kan worden.
Je ziet, de tekst roept veel op, maar laat me wat in verwarring achter. Doel bereikt, zou Socrates zeggen….
Hartelijke groet,
Dominique
LikeGeliked door 1 persoon
Beste Dominique,
Dank je wel voor je aandachtige en doordachte lezing. Jouw reactie doet precies wat een Socratisch gesprek beoogt: niet zozeer antwoorden geven, maar de vragen verdiepen en verfijnen. Je verwarring is in die zin geen bijeffect maar een wezenlijk onderdeel van het proces. Je benoemt terecht dat er in het stuk verschillende begrippen door elkaar bewegen, nl. intellect, gevoel, kennis, wijsheid, oida en ginosko.
Ze behoren tot verschillende domeinen maar raken elkaar ook voortdurend. Misschien is dat juist waarom ze zich niet zo gemakkelijk in één sluitend schema laten vangen.
Wat mij betreft ligt de kern niet in het scherp afbakenen maar in het zichtbaar maken van hun onderlinge dynamiek. Je vraag over ‘gevoel dat verbindt’ raakt een belangrijk punt.
Ik bedoel daarmee niet dat alle gevoelens per definitie verbindend zijn.
Boosheid, schuld of eenzaamheid kunnen ons juist isoleren. Maar zelfs die gevoelens dragen, als je ze serieus neemt en niet wegdrukt, een verlangen in zich dat uiteindelijk gericht is op verbinding. Boosheid kan bijvoorbeeld wijzen op geschonden grenzen, schuld op een verbroken relatie, eenzaamheid op het gemis van nabijheid.
In die zin kunnen ook ‘moeilijke’ gevoelens een wegwijzer zijn naar herstel van verbinding, mits ze doorvoeld en verstaan worden.
Interessant in dit verband is ook een uitspraak van een Pueblo-Indiaan uit Nieuw-Mexico, die ooit tegen Carl Jung zei: “Jullie blanken denken met jullie hoofd. Maar wij denken hier”, terwijl hij wees op zijn hart.
Het is geen romantische tegenstelling tussen verstand en gevoel maar eerder een aanwijzing dat ‘denken’ ook een andere plaats kan hebben dan alleen het hoofd.
Dan je tweede, meer fundamentele vraag over de uitspraak dat wijsheid misschien ontstaat waar ‘het intellect leert buigen voor wat het hart al weet’. Je ontleedt die scherp in drie vooronderstellingen, en terecht.
Met ‘buigen’ bedoel ik niet dat het intellect ondergeschikt of minderwaardig is, noch dat we zouden moeten terugkeren naar een pre-verlichtingsdenken waarin rede wordt gewantrouwd. Integendeel, zonder intellect zouden we onze ervaringen niet kunnen ordenen, toetsen of verwoorden.
Wat ik probeer aan te raken is eerder een vorm van wederkerigheid, waarin het intellect niet de enige maatstaf is, maar ook bereid is te luisteren naar andere vormen van kennen.
De Hongaars-Canadese arts en auteur Gabor Maté gebruikt deze gedachte om de relatie tussen ons rationeel denken en onze diepere intuïtie of emotionele waarheid te beschrijven. Volgens Maté is het intellect een krachtig instrument maar wordt deze pas echt ‘intelligent’ wanneer het niet langer strijdt tegen innerlijke gevoelens, maar deze erkent als een leidende bron van wijsheid. Het ‘hart dat weet’ is daarbij geen kant-en-klare kennisinhoud maar eerder een existentieel weten dat zich toont in ervaring, intuïtie en doorleefd inzicht.
Het is verwant aan wat je bij Blaise Pascal aantreft: “Le cœur a ses raisons que la raison ne connaît pas”, niet als afwijzing van de rede maar als erkenning dat de mens meerstemmig kent.
In dat licht past ook iets wat Socrates ooit zei: “Echte wijsheid begint met het besef van je eigen onwetendheid.” Dat lijkt misschien eenvoudig, maar het opent precies de ruimte waarin intellect en hart niet tegenover elkaar staan maar elkaar kunnen bevragen.
Wijsheid begint dan niet bij het hebben van antwoorden maar bij het verdragen van niet-weten zonder het gesprek ermee te beëindigen.
Of dit Platoons is, is een interessante vraag. Ik zou me daar meer in moeten verdiepen.
Ik denk dat het hier niet zozeer gaat om aangeboren kennis maar om een vorm van weten die ontstaat in de ontmoeting met het leven zelf; iets wat pas zichtbaar wordt in ervaring en reflectie, en waarin zintuiglijke waarneming, gevoel en denken samenkomen.
Misschien is wijsheid dan niet dat het één (hart of hoofd)heerst over het ander, maar dat beide zich tot elkaar leren verhouden.
Het intellect dat verheldert en onderscheidt, en het hart dat als een innerlijk kompas betekenis en richting aanreikt. Geen hiërarchie, maar een spanning die vruchtbaar kan worden.
Je laatste zin bracht een glimlach op mijn gezicht. Inderdaad, Socrates zou waarschijnlijk zeggen dat verwarring een goed teken is. Niet omdat onduidelijkheid een doel op zich is, maar omdat ze ruimte opent voor verder onderzoek.
Hartelijke groet,
Ria
LikeLike