Een wandeling met Socrates langs de IJssel

Soms gebeurt er iets in je leven dat je diep vanbinnen raakt. Een gebeurtenis die zich vastzet in je gedachten. Zo’n ervaring had ik laatst in een kloosterkerk waar ik al veertig jaar kom. Een plek waar je Gods liefde, barmhartigheid en vergeving zou verwachten. De aanleiding was een pijnlijke ervaring rond iemand die mij dierbaar is. Een situatie waarin geen ruimte leek te zijn voor een nieuwe kans, ondanks de bereidheid om naar het verleden te kijken en opnieuw te beginnen.
Ik bleef achter met een vraag die mij niet meer losliet: hoe kan het dat juist op een plek waar mensen worden uitgenodigd te leven naar de woorden van de Eeuwige, daarvan zo weinig zichtbaar was? Deze vraag bracht mij niet alleen bij het handelen van de ander, maar ook bij mijzelf. En met name bij de vraag wat vergeving eigenlijk betekent.
Mijn maatje Socrates, met wie ik regelmatig langs de IJssel wandel, loopt stilzwijgend naast mij. Ondanks het frisse weer is hij gekleed in zijn traditionele himation. Inmiddels kent hij mij zo goed dat hij feilloos aanvoelt dat ik ergens mee worstel. Geduldig wacht hij af tot ik iets wil zeggen.
Aarzelend steek ik van wal: “Soof, lange tijd heb ik gedacht dat vergeving zoiets betekent als tegen de ander zeggen: ik ben niet meer boos op jou. Wat je mij hebt aangedaan neem ik je niet meer kwalijk. Zand erover en laten we weer goede vrienden zijn. Maar daar ben ik anders over gaan denken.”
De oude wijsgeer kijkt mij bedachtzaam aan en vraagt: “Laat eens horen hoe je daar nu over denkt.”
“Vergeving betekent niet dat het onrecht wordt uitgewist. En het betekent ook niet dat je moet doen alsof er niets is gebeurd, dat je de ander weer moet vertrouwen en opnieuw toe moet laten in je leven. Voor mij is vergeving de keuze om mijn leven niet langer te laten beheersen door wat mij is aangedaan.”
Socrates kijkt mij glimlachend aan. “Dat klinkt wijs”, zegt hij. “Maar als vergeving een keuze is om je leven niet langer te laten beheersen door het onrecht, betekent dat dan dat de boosheid verdwenen is?”
“Nee, Soof, soms is zij er nog.”
De filosoof denkt even na. “Dan is vergeving dus niet hetzelfde als geen boosheid meer voelen. Maar vertel eens, op wie ben je eigenlijk het meest boos?”
“Op degene die een mij dierbaar mens onrecht heeft aangedaan.”
“Weet je dat zeker?”, vraagt hij vriendelijk.
Verbaasd kijk ik de wijsgeer aan. Deze vraag had ik niet verwacht.
Socrates zwijgt even. Dan zegt hij: “Wanneer iemand je pijn doet, gebeurt er vaak nog iets anders. Niet alleen de ander blijft door je gedachten gaan, ook je eigen denken en handelen neem je onder de loep.”
“Hoe bedoel je dat Soof?
“Misschien verwijt je jezelf dat je te goed van vertrouwen bent geweest. Dat je iets had moeten zien aankomen. Of dat je je nog steeds zo laat raken. Herken je daar iets van?”
Het lijkt alsof Socrates mijn gedachten leest. Met zachte stem vervolgt hij: “We spreken meestal gemakkelijk over het vergeven van anderen. Maar vertel eens, heb jij jezelf al vergeven?”
“Mijzelf?”, vraag ik verwonderd. “Waarvoor zou ik mijzelf moeten vergeven?”
“Omdat je vaak milder bent voor anderen dan voor jezelf”, glimlacht de filosoof.
Plots besef ik dat vergeving niet alleen betekent dat ik de ander in de ogen kijk. Vergeving vraagt evenzeer dat ik mezelf in de spiegel durf aan te kijken. Ik zie mijn boosheid, mijn teleurstelling en mijn verlangen naar erkenning. Maar ik zie ook mijn verlangen om te leven zoals Jezus mij heeft voorgeleefd.
Zij aan zij lopen we verder langs de oever van de IJssel, ieder in zijn eigen gedachten verdiept. Een licht briesje strijkt door het riet langs de oever. Het voelt alsof de natuur even meeluistert.
Na enig nadenken zeg ik: “Soof, ik kan de keuze van de ander niet bepalen. Alleen die van mijzelf. Ook al kiest de ander niet voor vergeving of verzoening, zelf wil ik proberen de weg van vergeving te gaan. Niet omdat het onrecht daarmee verdwijnt, maar omdat ik niet wil dat mijn hart verbitterd raakt.”
“Vergeving is een pijnlijk en moeizaam proces dat tijd vraagt, Soof.”
“Maar wanneer weet je dan dat je hebt vergeven?”
“Misschien merk je het pas wanneer de ander niet meer voortdurend je gedachten beheerst”, opper ik voorzichtig. “Of misschien wanneer je de ander geen kwaad meer toewenst.” Socrates glimlacht en knikt instemmend.
Dan is het alsof een deurtje zich opent in mijn geest. Dichtregels die mij lang geleden hebben geraakt, laten zich horen:
‘De tijd verglijdt
en heelt de open wonden,
verzacht verdriet met iedere seconde
tussen nu en eeuwigheid’.
“Ja”, denk ik. “Zo is het. De tijd verzacht wat eerst ondraaglijk leek. En misschien is dat wat vergeving uiteindelijk doet: de herinnering blijft, maar de pijn krijgt niet langer het laatste woord.”
Wil je verder meewandelen met Socrates?
Op meijmeringen.nl vind je meer van onze gesprekken langs de IJssel.