Een wandeling met Socrates langs de IJssel

Onverstoorbaar stroomt de IJssel door haar bedding, onaangedaan door alles wat zich langs haar oevers afspeelt. Wat er ook gebeurt, zij blijft stromen. Was een mensenhart maar zo eenvoudig, denk ik bij mezelf. Ongemerkt dwalen mijn gedachten af naar het gesprek dat ik de vorige keer met Socrates had. Wanneer is een conflict werkelijk voorbij? Is dat wanneer je niet boos meer bent? Wanneer je hebt vergeven? Of pas wanneer er verzoening is?
De filosoof die met langzame passen naast mij loopt, haalt mij uit mijn overpeinzingen. Hij stelt voor om even uit te rusten. Als we op een bankje aan de oever zitten, zegt hij: “Vertel eens, heb je al vergeven?”
“Ja”, antwoord ik. “Tenminste… de boosheid is verdwenen. Maar de pijn is er nog.”
Mijn wandelmaatje kijkt mij aandachtig aan. “Dus je dacht dat vergeving de pijn meteen zou wegnemen?”
“Eigenlijk wel”, zeg ik. “Maar als ik er nog eens goed over nadenk, werkt het blijkbaar niet zo. Mijn hoofd spreekt een andere taal dan mijn hart. En ook al bedoelen zij uiteindelijk hetzelfde, ze verstaan elkaar niet altijd meteen.”
“Vergeven heeft tijd nodig”, zegt de oude wijsgeer zacht. “Zou het geen vorm van mildheid zijn om jezelf die tijd te gunnen? Je hoofd zoekt verklaringen, maar je hart zoekt vertrouwen. En vertrouwen laat zich niet bevelen.”
Dan zwijgt hij even en tuurt naar de horizon. “We spreken vaak over vergeving alsof daarmee alles gezegd is. Maar misschien begint daarna pas de moeilijkste vraag: wat is verzoening eigenlijk?”
Ik denk even na. “Misschien is verzoening dat je weer verder kunt met elkaar?”, zeg ik aarzelend.
“Is dat genoeg?”, vraagt de oude man.
“Nee… ik denk het niet. Je kunt naast elkaar leven zonder verzoend te zijn. Je kunt zelfs vriendelijk tegen elkaar doen, terwijl er onder de oppervlakte iets onuitgesproken blijft.”
“Vergeving kun je alleen zelf schenken”, merkt de wijsgeer op. “Het is jouw keuze. Daar heb je de ander niet voor nodig. Verzoening is iets anders. Het vraagt van beide mensen de bereidheid om elkaar weer werkelijk te ontmoeten.”
“Dus verzoening is wederkerig?”
“Ja”, antwoordt Socrates. “Zij ontstaat wanneer beiden bereid zijn onder ogen te zien wat is gebeurd. Niet om schuld af te wegen, maar om elkaar weer onbevooroordeeld tegemoet te kunnen treden.”
“Maar betekent verzoening dan ook dat alles weer wordt zoals vroeger?”
“Nee”, antwoordt de filosoof peinzend. Sommige breuken blijven zichtbaar. Verzoening wist het verleden niet uit. Zij verandert wel de manier waarop je ermee leeft. Verzoening vraagt dat beiden durven erkennen en aanvaarden wat er is gebeurd. Pas wanneer het gebeurde erkend mag worden, kan iets nieuws ontstaan.”
We staan op van het bankje en vervolgen onze wandeling langs het vertrouwde pad. Kieviten scheren over het water en laten zich dragen door de wind. Een ogenblik lang lijkt alles moeiteloos zijn eigen weg te vinden.
“Verzoening betekent niet dat de één wint en de ander verliest”, vervolgt Socrates. “Beiden laten iets los. Hun trots, hun behoefte om de ander te overtuigen of te veranderen. Alleen dan ontstaat ruimte voor verzoening. Voor vrede.”
Ik denk aan de gebeurtenis in de kloosterkerk, waarover ik in mijn vorige blog ‘Over vergeving’ (19 juli 2026) heb geschreven. Wat een mens kan raken, laat zich niet zomaar ongedaan maken. Of het uiteindelijk tot verzoening zal komen, weet ik niet. Misschien begint verzoening juist met de bereidheid om elkaar opnieuw te ontmoeten, zonder te weten waar die ontmoeting toe zal leiden.
Socrates kijkt mij ernstig aan. “Verzoening kun je niet alléén tot stand brengen. Je kunt wel zelf de eerste stap zetten, maar wat er daarna gebeurt, ligt niet volledig in jouw handen.”
Ik knik langzaam. Dat lijkt mij niet eenvoudig: ruimte maken voor iets waarvan je de uitkomst niet kent. Verdriet welt op in mijn binnenste om wat een geliefd mens is overkomen. Ik heb even tijd nodig om de woorden van de filosoof te laten bezinken.
Dan zeg ik zacht: “Soof, misschien is het moeilijkste aspect van verzoening niet alleen de toenadering tot elkaar, maar ook het loslaten van dat wat gebeurd is.”
Liefdevol legt de oude wijsgeer zijn arm om mijn schouders. In stille verwondering kijken we naar de rivier die onverstoorbaar verder stroomt.
“Ja”, denk ik. “Misschien betekent verzoening niet dat alles weer wordt zoals het ooit was, maar dat je, zoals de rivier, leert verder te stromen met wat is.”